Skip to main content
  • juli 2022
    Ervaringen

PhiladelphiaZorg, niet te geloven!

 N.B. Deze analyse is gemaakt op basis van door mevr. JJ verstrekte informatie.

Mevr. JJ uit Z heeft bij Stichting KlokkenluidersVG ( = KL) de gang van zaken gemeld rond en na het overlijden van haar zuster M, een vrouw met een beperking die werd verzorgd in een locatie van Stichting Philadelphia Zorg ( = SPZ) in Apeldoorn (Palazzo/Hoge Huys, Schorpioenstraat). Daarbij is zoveel boven tafel gekomen dat JJ aan KL heeft verzocht een analyse op hoofdlijnen te maken. Deze analyse bestaat uit 6 paragrafen:

1. Overlijden M

2. Nalatenschap en uitvaart

3. Bewindvoering

4. Zorg

5. Bejegening

6. Rol van de Raad van Bestuur van SPZ, de Klachtencommissie en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

7. ‘Vertrouwen’

Overlijden M

De melding betreft het (plotselinge, onverwachte) overlijden van M. De mededelingen daarover van de zijde van SPZ (GB = regiomanager, AAvL = locatiemanager en IH = hoofd zorg en ondersteuning) spreken elkaar tegen (’s morgens gevonden? ’s avonds gevonden? wel reanimatiepoging? geen reanimatiepoging? Dat laatste is sowieso vreemd, want M had volgens JJ een non-reanimatieverklaring!). Ook tijdens de hoorzitting bij de Klachtencommissie ( = KC) van SPZ is tegenstrijdige informatie verstrekt, soms aan de hand van anonieme getuigenissen die pas vlak vóór de hoorzitting boven tafel kwamen. De doodsoorzaak is niet duidelijk. Wel wordt uit een later telefoongesprek met de huisarts duidelijk dat ook deze het overlijden van M niet had verwacht.

Schokkend is dat SPZ de familie niet heeft ingelicht over het overlijden van M en geen moeite heeft gedaan om nabestaanden te vinden. JJ heeft per toeval maanden later via internet de overlijdensadvertentie gezien en heeft daarop alarm geslagen. In eerste instantie wordt dan door SPZ beweerd dat men niets afweet van familie. Dat is erg ongeloofwaardig omdat M een zorgdossier heeft ‘meegenomen’ toen ze bij SPZ is komen wonen. In een gesprek dat uiteindelijk --- op last van de IGZ -- plaats heeft op 12 september 2012 wordt als reden aangevoerd dat M en haar inmiddels overleden partner niet hebben gewild dat de familie zou worden ingelicht. Daar is echter geen schriftelijke verklaring van. Wel wordt door SPZ bij de hoorzitting van de KC een brief van jaren her (uit de vorige zorginstelling) opgevoerd, waaruit zou blijken dat M ‘gebrouilleerd’ was met haar familie en in het bijzonder met JJ. Dat is niet waar, er is destijds sprake geweest van een woordenwisseling. Daarna is er op gezette tijden gewoon weer contact geweest tussen beide zusters. Omdat ook JJ gehandicapt is was afgesproken contact te houden via telefoon en internet. Een paar dagen voor haar overlijden heeft M nog een verjaardagskaart aan haar neef gestuurd. Het lijkt ook onwaarschijnlijk dat een vrouw van in de veertig, die helemaal niet doodziek was, gedetailleerde informatie heeft nagelaten zonder iets op schrift te stellen. In elk geval is JJ begrijpelijkerwijs nog steeds zeer aangeslagen, verdrietig en boos over deze gang van zaken, niet in de laatste plaats omdat zij geen afscheid van haar zuster heeft kunnen nemen.

De vraagtekens lopen uit op de volgende vragen: Waarom heeft SPZ dit inhumane besluit genomen en waarom is de informatie over het overlijden (nog steeds) zo gebrekkig en vol tegenstrijdigheden? Moet er iets ‘onder het tapijt’ geschoven worden?

Nalatenschap en uitvaart

De nalatenschap (inclusief huisdieren) van M bleek eerst te zijn verdwenen, maar SPZ heeft aangegeven dat er toch nog iets is opgespoord. Er is na het overlijden van M echter geen boedelbeschrijving gemaakt en er is geen testament. Maar er is ook geen notaris in de arm genomen (i.v.m. de vermeende afwezigheid van nabestaanden).

Een gedeelte van de nalatenschap zou (op verzoek van M) naar de plaatselijke RK parochie zijn gegaan, maar ook hierover is niets schriftelijk vastgelegd. De uitvaart is verzorgd door Monuta, maar die organisatie weigert informatie te verstrekken, omdat Stichting Philadelphia Bewindvoering en Vermogensbeheer (zie onder) opdrachtgever was. Er is een uitvaartmis (met veel ‘toeters en bellen’ en zeer hoge kosten) opgedragen. Merkwaardig als er geen familie is! Waarom is dat gebeurd? Een van de vele vragen betreft het graf van M en haar partner. Zij hebben dat graf gekocht, maar het blijkt nu te staan op naam van SPZ (geregeld door de locatiemanager). Hoe kan dat? Bovendien wordt JJ later verteld dat M stenen zou hebben beschilderd voor haar graf. Dat lijkt merkwaardig voor iemand die plotseling en onverwacht is overleden. Wat is hier aan de hand? Het is in elk geval onbegrijpelijk en laakbaar dat over de nalatenschap, de bekostiging van de uitvaart en het graf geen contact is opgenomen met de nabestaanden

Bewindvoering

Merkwaardig is dat M bij SPZ onder bewindvoering stond, want dat was niet het geval bij de vorige zorgaanbieder. Daar deed ze zelfstandig haar financiën en duldde daarbij geen inmenging. De bewindvoering van cliënten (en dus ook van M) is door SPZ ondergebracht in een aparte stichting: Stichting Philadelphia Bewindvoering en Vermogensbeheer (hoofd HT). Ook bij de bewindvoering rijzen vele vragen, maar aangezien deze kwestie ‘onder de rechter’ is kan daarop nu niet nader worden ingegaan.

Zorg

Ook rond de zorg zijn veel vraagtekens te plaatsen. Dat begint al rond de verhuizing van M naar de locatie van SPZ in Apeldoorn in 2008. In haar vorige woonplek (Barentzhuis in Velp) had M Zorg in Natura (ZiN) met een zorgzwaartepakket (ZZP) X klasse 3, inclusief verblijf. Bij SPZ blijkt M dat opeens niet meer te hebben, maar een PGB en uit informatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wordt duidelijk dat SPZ vanaf november 2008 tot in 2011 zo’n 10 keer een indicatiewijziging heeft aangevraagd. Dat gebeurt vrijwel nooit door M zelf, hoewel die volgens SPZ ‘autonoom’ woonde in Apeldoorn. Het is onbegrijpelijk dat het CIZ en het Zorgkantoor dit allemaal hebben geaccepteerd zonder kritisch navraag te doen.

Dit leidt tot de vraag naar de aard en de kwaliteit van de zorg in de locatie. Is er een getekende zorgverleningsovereenkomst en een getekend zorgplan of ondersteuningsplan? SPZ weigert hierover informatie te verstrekken. Gezien de onderbouwing van de aanvragen voor CIZ- indicaties door SPZ zou M 24-uurszorg nodig hebben, maar volgens JJ had zij slechts één gesprekje per week met haar SPZ begeleidster (JvdM) en moest zij persoonlijke verzorging en maaltijden van buiten betrekken en betalen. Ook werd haar huur in rekening gebracht (met eenmaal een tussentijdse verhoging van 152%!). Waarom? Gegeven het profiel van de locatie (zie website) met het daar vermelde zorgaanbod, zou dat helemaal niet nodig moeten zijn. Maar de toestand van M op locatie zijn blijkbaar zo slecht dat de huisarts het nodig vindt M voor enige tijd in een verpleeghuis te laten opnemen. Kortom, dit alles doet denken aan systematische verwaarlozing, in elk geval aan gebrekkige zorgverlening

Bejegening

JJ heeft het hele voorgeschreven ‘traject’ afgelegd: Locatiemanager, regiomanager, hoofd zorg en ondersteuning, raad van bestuur, KC en IGZ. Ze heeft voortdurend nul op het rekest gekregen. De bejegening van JJ door SPZ is respectloos te noemen, zeker gezien de ernst van de zaak. Het begint er al mee dat SPZ niet de moeite neemt om JJ te condoleren. Aanvankelijk werd haar klacht gebagatelliseerd. Later is zij geïntimideerd en genegeerd: Aangetekende brieven werden niet in ontvangst genomen, e-mail verkeer werd door SPZ eenzijdig geblokkeerd. Op uitdrukkelijk verzoek van de IGZ werd een gesprek gearrangeerd. De regiomanager deelt haar mee dat de gang naar de KC geen oplossing is. Als JJ (met advocate) toch naar een hoorzitting van deze commissie gaat, blijkt dat deze de stukken wel gelezen heeft maar de klacht niet in behandeling neemt en geen uitspraak doet. Dat is gezien de ernst van de zaak onbegrijpelijk en laakbaar. Desondanks deelt de locatiemanager mee dat de aanbevelingen van de Klachtencommissie overgenomen worden, maar wat die aanbevelingen zijn is JJ niet bekend omdat de Commissie geen uitspraak heeft gedaan.

Rol Raad van Bestuur van SPZ, de Klachtencommissie en de IGZ

De Raad van Bestuur van SPZ is op de hoogte gebracht van deze zaak, maar deze (i.c. Z) heeft de betreffende brief doorgestuurd naar de locatiemanager. Dat geeft aanleiding de vraag te stellen wie hier nu eigenlijk verantwoordelijk is c.q. de verantwoordelijkheid neemt

De rol van de onafhankelijke (?) KC van SPZ (voorzitter mr. MJvdV, raadsheer te Arnhem, secretaris mr. ACB, advocaat te Hengelo) is zoals gezegd onbegrijpelijk en laakbaar, zeker bij zo’n ernstige klacht. Het is in een instelling de laatste mogelijkheid om je verhaal te doen en je recht te halen. Maar deze KC houdt de boot af door de klacht om onduidelijke redenen niet in behandeling te nemen. Als JJ reageert op een brief van de KC vanwege de fouten die erin staan, krijgt zij van de secretaris te horen dat zij daar niet op reageren kan. De handelwijze van de KC staat op gespannen voet met de Wet Medezeggenschap (WMCZ c.q. WCZ) en met het eigen klachtenreglement van SPZ.

De IGZ heeft JJ meegedeeld dat ze de casus niet in behandeling neemt omdat M overleden is. Dat is merkwaardig, gezien de vraagtekens rond het overlijden van M. Wel heeft de IGZ druk op SPZ uitgeoefend om in een gesprek met JJ antwoord op haar vragen te geven. Dat gesprek heeft plaats gevonden op 12 september 2012. Het lijkt redelijk te veronderstellen dat daar een verslag van is gemaakt voor de IGZ, maar JJ weet daar niets van. Zij heeft een verbatim van dit gesprek en daaruit blijkt dat op veel vragen van JJ geen of een ontwijkend antwoord is gegeven

Tenslotte: Vertrouwen

‘Vertrouwen’ is een belangrijk begrip in de zorg. De Staatssecretaris van VWS heeft één en andermaal aangegeven dat de relatie met de zorgaanbieders gebaseerd is op vertrouwen. Ook in deze casus hebben de kantonrechter, het CIZ en het Zorgkantoor SPZ blijkbaar vertrouwd en geen controle uitgeoefend. Binnen zorginstellingen als SPZ speelt vertrouwen tussen cliënt en instelling eveneens een belangrijke rol. Als zij van mening zijn dat cliënten c.q. hun ouders of vertegenwoordigers geen vertrouwen meer in de instelling hebben is dat een reden om (via de rechtbank) de zorgverleningsovereenkomst te ontbinden en de betreffende cliënt op straat te zetten. Vertrouwen veronderstelt echter betrouwbaarheid. Deze is in het licht van het bovenstaande bij SPZ ver te zoeken. Bovendien wordt door het achterhouden van gegevens argwaan gewekt. In feite zou SPZ verplicht moeten worden om met de stukken op tafel verantwoording af te leggen aan de nabestaanden van M, m.n. aan JJ. Tenslotte wordt door deze ‘casus’ de roep van KL om een effectieve controle op de besteding van gemeenschapsgeld in de zorg dik onderstreept.